V&D? Alleen de naam al kost miljoenen

Een Hilversumse ondernemer wil de merknaam V&D kopen uit de failliete boedel van het warenhuis. Maar kan dat zomaar? En wat krijgt hij dan precies, behalve de beroemde naam?

Ondernemer Richard Otto toont zich realistisch in een interview met de Gooi & Eemlander: “Voor een paar duizend euro lukt het niet.” De krant sprak hem omdat hij samen met Philippe Hondelink een boek schreef over het warenhuis, ‘Vroom & Dreesmann – De opkomst en ondergang van het warenhuis (1887-2016)’.  Als hij de naam in bezit krijgt, overweegt hij pop up-stores te openen onder de beroemde naam. De kans dat het lukt acht hij trouwens klein, volgens hem zijn er meerdere geïnteresseerden om de naam van de curatoren over te nemen.

Woordvoerder Van Wijk van de curatoren bevestigt dat er onderhandeld wordt met meerdere partijen over het verkopen van de intellectuele eigendommen van V&D, maar ‘om het onderhandelingsproces niet te verstoren’ kan hij niet zeggen met hoeveel of met wie. Het gaat daarbij niet alleen om de naam V&D, voegt hij toe. Ook de rechten van huismerken van het warenhuis, zoals kledinglabel Liv, kunnen verkocht worden als daar interesse voor is.

Intellectueel eigendom

Het verkopen van intellectueel eigendom, waar de naam onder valt, is niet vreemd, vertelt Rutger Schimmelpenninck van advocatenkantoor Houthoff Buruma, onder meer bekend geworden als curator van DSB: “Je verkoopt in principe als curator alles wat waarde heeft. Dus de de curatoren zullen dat zeker proberen.”

Wat dan precies de waarde is van de naam en alles wat verder onder het intellectuele eigendom valt, is moeilijk in te schatten. In het algemeen wordt daar een zogenaamde goodwill-berekening voor gemaakt, vertelt merkenrechtadvocaat Marieke Neervoort van Solv. “Bij het maken van die berekening wordt onder meer gekeken naar de reputatie die het bedrijf heeft opgebouwd, de naamsbekendheid en of er toekomstperspectief is.”

‘Naamsbekendheid voordeel’

Ook worden er harde economische cijfers bij gebruikt, zoals omzetten in het verleden, het marktaandeel en de merken die bij V&D horen. “Dat het bedrijf failliet is gegaan, kan de prijs wel drukken”, plaatst Neervoort als kanttekening, “maar de bekendheid maakt wellicht ook weer wat goed.”

Als we de prijs die supermarktconcern Jumbo betaalde voor de intellectuele eigendommen van La Place als uitgangspunt nemen, moet de uiteindelijke koper diep in de buidel tasten. Van de 48 miljoen euro die Jumbo betaalde voor de overname van de restaurantketen van het concern was 30 miljoen euro voor de merkenrechten van La Place, blijkt uit het curatorenverslag dat onlangs werd gepubliceerd.

Geheime recepten

Voor dat bedrag kreeg Jumbo niet alleen het recht om de naam La Place te mogen blijven gebruiken: “Alles wat La Place La Place maakt, hoort daar bij. Denk aan de inrichting en de kleuren van de vormgeving, geheime recepten en producten van het restaurant”, verklaart Van Wijk.

Toestemming van de erfgenamen van oprichters Vroom en Dreesman is waarschijnlijk niet nodig, zij hebben hun aandelen verkocht en zijn dus geen partij bij de afhandeling van het faillissement, vertelt Van Wijk.

Bronvermelding: RTL Z

Geef een reactie